Ik doe de gordijnen open en zie een zon overgoten landschap. Het is stralend weer. Na het ontbijt gaan we kiezen wat we gaan doen. Het wordt in ieder geval wandelen, maar waar? We komen uit op Schlegeis stausee. Dat is wel een eindje rijden, dus we pakken onze spullen en gaan op weg.
De weg ernaartoe is al mooi. Het is voor een deel een maut straße, oftewel we moeten tol betalen. Met onze voordeelkaart betalen we €10,50, anders €12. Het is druk, de parkeerplaatsen zijn bijna vol. Maar we vinden nog een plekje. Ik dacht dat we langs het meer zouden lopen, maar Edwin wil de andere kant op. Er is een zijdal, dat Zamser Grund heet. OK, doen we die. Het pad is tamelijk gemakkelijk te lopen. Met veel grote keien (en dan bedoel ik écht groot, van meer dan een meter) heeft men geprobeerd er een goed begaanbaar pad van te maken.
Er zijn een paar grote watervallen te zien, die uitkomen op de beek waar we langs lopen. In die beek zit tamelijk veel water en die komt weer uit in het stuwmeer dat we ondertussen ver achter ons hebben.

Claudia geniet van het uitzicht. Het stuwmeer is nog een beetje zichtbaar.

Edwin geniet ook van het uitzicht.

Claudia aan de wandel.

Een van de watervallen.
Er zitten ook koeien in het gras, iets hoger dan wij, te herkauwen. Het lijkt wel of ze mensjes kijken. Edwin gaat er een foto van maken.

Claudia geniet van het uitzicht. Het stuwmeer is nog een beetje zichtbaar.

Edwin geniet ook van het uitzicht.

Claudia aan de wandel.

Een van de watervallen.
Er zitten ook koeien in het gras, iets hoger dan wij, te herkauwen. Het lijkt wel of ze mensjes kijken. Edwin gaat er een foto van maken.

Edwin gaat de koeien fotograferen.
De koe bekijkt Edwin argwanend (of is alleen maar lui).
Na een tijdje wordt het pad iets steiler, smaller en rotsachtiger. Edwin wijst op een hütte. Die lijkt ver weg, en hoog. Zover loop ik niet, zeg ik. Maar we gaan verder en kijken wel hoever we komen. Dan blijkt het allemaal wel mee te vallen. Het laatste stuk is wel steil, maar met de hütte zo dichtbij, doen we dat natuurlijk. Er is een wegwerker bezig op een grote machine met het lijken wel klauwen als poten. Dat is goed te zien wanneer hij zich verplaatst. Het lijkt wel of hij het pad aan het maken of herstellen is. Gelukkig kunnen we er nog goed langs.
Na een tijdje wordt het pad iets steiler, smaller en rotsachtiger. Edwin wijst op een hütte. Die lijkt ver weg, en hoog. Zover loop ik niet, zeg ik. Maar we gaan verder en kijken wel hoever we komen. Dan blijkt het allemaal wel mee te vallen. Het laatste stuk is wel steil, maar met de hütte zo dichtbij, doen we dat natuurlijk. Er is een wegwerker bezig op een grote machine met het lijken wel klauwen als poten. Dat is goed te zien wanneer hij zich verplaatst. Het lijkt wel of hij het pad aan het maken of herstellen is. Gelukkig kunnen we er nog goed langs.
We bereiken de Lavitz hütte, en bestellen een Späzi, en Kaiserschmarrn. Dat is een zoet deeggerecht. Lekker. Dat smaakt! Het waait hier wel hard, en ik krijg het koud. Ik trek mijn vest aan. Ze hebben ook een kleine tentoonstelling over het werk in het gebergte, van steenhouwen tot wegenbouw, tot aanleg stuwmeer. Blijkbaar werd er in de jaren 60 van de vorige eeuw ook vee gesmokkeld naar Italië. Daar was de verkoopprijs namelijk twee maal zo hoog als in Oostenrijk.
Wanneer we teruggaan staat de wegwerker op een minder gunstige plek, namelijk midden op het pad. We kunnen er nog net langs. Ik neem de kettingen die om de grote banden zitten als houvast, en slinger me erlangs. Verder verloopt de terugweg voorspoedig. We komen langs een modderstroompje dat zo'n aparte kleur heeft dat het wel zilver lijkt. Er zit een vlinder op.
Vlinder op de zilvermodder.
Wanneer we bijna terug bij de auto zijn, ziet Edwin ineens marmotjes zitten, de Mürmeltiere. Schattig! Leuk dat we die toch nog een keertje hebben kunnen zien.
Wanneer we bijna terug bij de auto zijn, ziet Edwin ineens marmotjes zitten, de Mürmeltiere. Schattig! Leuk dat we die toch nog een keertje hebben kunnen zien.
Mürmeltiere.
We rijden een stukje terug naar de stuwmuur en lopen er nog overheen. Toch nog even het stuwmeer zien, dat een prachtig groene kleur heeft. Je hebt hiermee een mooi uitzicht, beide kanten op.

Uitzicht over het stuwmeer, vanaf de dam.
Uitzicht de andere kant op, over het dal, vanaf de dam.
Daarna rijden we terug naar Mayrhofen. We trekken wat anders aan en gaan nog boodschapjes doen bij De Spar. En dan eten. We krijgen paella vandaag, niet echt Oostenrijks, maar wel lekker. Na het eten maken we nog een wandelingetje. Het is wel kouder geworden, dus we maken het niet lang. Edwin gaat afrekenen, want we vertrekken morgen naar huis. We kregen twee borrelglazen met een afbeelding van het hotel. Leuk.
Uitzicht de andere kant op, over het dal, vanaf de dam.
Daarna rijden we terug naar Mayrhofen. We trekken wat anders aan en gaan nog boodschapjes doen bij De Spar. En dan eten. We krijgen paella vandaag, niet echt Oostenrijks, maar wel lekker. Na het eten maken we nog een wandelingetje. Het is wel kouder geworden, dus we maken het niet lang. Edwin gaat afrekenen, want we vertrekken morgen naar huis. We kregen twee borrelglazen met een afbeelding van het hotel. Leuk.
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderen