woensdag 18 augustus 2010

Dag 2 - 18 augustus 2010 - Kandersteg

De wekker ging om 08:00 uur vanmorgen. Afschuwelijk vroeg op een vakantiedag. Maar ja, als je beneden wilt ontbijten, dan moet je wel. En als je goed gebruik wilt maken van je dag hier, dan ook. Dus om kwart over acht, ging ik het bed uit, douchen, aankleden, haar föhnen met die afschuwelijk föhn. Na een minuut of 5 was de lucht die uit de föhn kwam warm genoeg om er wat model mee in je haar te krijgen. Wat een onding.
Ik maakte Edwin wakker, die ook het klaarmaak-ritueel ging uitvoeren.
Ik stond in de kamer in mijn ondergoed, kwam de schoonmaakster ineens binnen! Dat is vroeg! Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik zei iets van Nee, nee, en ze ging zich verontschuldigend weer weg.

Het ontbijt wat tamelijk goed. Je kon zelf je eitjes koken, in een apparaat dat leek op een grote bak vol met water. Een soort waterkoker, maar dan groter en open van boven. Ik dacht dat het gewoon de hele tijd aanstond, maar dat was dus niet zo. Je moest het zelf aanzetten, en dan een timer zetten. Ik had dat niet gedaan. Mijn ei was dus niet gekookt, maar nog zo goed als vloeibaar. Ik had geen zin om een nieuw ei te koken, maar Edwin stopte zijn ei weer terug in het water en deed het apparaat aan. Dat ging beter.
Ze hadden de gebruikelijke broodjes, vruchtenyoghurt met verschillende soorten muesli, kaas en vleeswaren, huisgemaakte confiture en honing. Keuze genoeg.

We besloten te gaan wandelen, vandaag. We gaan met de kabelbaan naar boven en dan wandelen we naar de Oeschinensee. Dat is een bergmeertje. Je kunt een kaartje nemen voor Bergfahrt of voor Berg- und Talfahrt. (Oftewel, enkele reis of retourje.) Edwin vroeg nog: zullen we de Bergfahrt doen? Ben je mal! Ik ga ook weer terug met de kabelbaan, hoor. Er was een grote groep Engelse jongeren voor ons. Eén persoon, een soort leider, kocht kaartjes voor de hele groep, maar hij bleek er één te weinig te hebben. De laatste jongen moest zelf een kaartje kopen. Wat sneu.

We stapten in de cabine, samen met een Nederlands gezin. Die mensen waren hier jaren geleden al geweest, want ze wezen elkaar herkenningspunten aan en uitten hun verbazing over hoe het veranderd was. Wel grappig om te horen.


Uitzicht op het dal vanaf het bergstation.

De Oeschinensee was 20 minuten lopen. Het lag erg mooi. Omringd met besneeuwde toppen en steile rotswanden waar kleine watervalletjes vanaf stroomden. Het water was heel mooi blauw, blauwgroen, van kleur. We konden kiezen uit een Untenbergli en Oberbergli wandeling. We kozen de Untenbergli, oftewel, onderlangs langs het water. We gingen op pad. Langs het pad waren kunstenaars bezig geweest boomstronken te veranderen in kunstwerken, door houtsnijwerk toe te passen. Er zaten wel leuke bij.


Dit is de Oeschinensee.


Bootjes op de Oeschinensee.


Eén van de vele beelden.

Het begon wat te druppelen. Edwin had de rugzak om, waarin we onze jassen hadden gestopt. Dat was handig, want die konden we nu goed gebruiken. We hadden ze echter nog niet aangetrokken, of het werd droog. Zul je net zien. Het was niet erg, want in de tijd dat we stilstonden konden we de groep die achter ons liep, mooi voorbij laten lopen. Dat was een groep met Engelse schoolkinderen die kinderliedjes gingen zingen. Na de tiende keer hetzelfde deuntje gehoord te hebben, wisten we het wel. Maar daar waren we nu dus vanaf.
Toen het droog leek te blijven, deden we de jassen maar weer uit. Want met zowel jas als vest aan, was het erg warm. Even later gingen ook de vesten uit, die we om ons middel vastknoopten.

We stopten regelmatig even om uit te rusten, maar ook om van het uitzicht te genieten, want het was erg mooi hier. Er waren mensen die een bootje hadden gehuurd en op het meer aan het varen waren. Er waren vissers, we konden de beelden bekijken, watervalletjes, enzovoort. Toen we aan de andere kant van het meer waren, liepen we naar het Untenbergli restaurant. Ik vond het behoorlijk klimmen en stopte regelmatig even.


Een van de doorkijkjes.

We kwamen onder een overhangende rots, waar dikke waterdruppels van de rand vielen. Lekker als je er zo een op je hoofd of in je nek krijgt. Er liep een paadje door het gras naar het restaurant. We gingen zitten aan een tafeltje.
We bestelden wat de drinken en de Tagessuppe, wat gebonden kippensoep bleek te zijn. Dat was wel lekker. Toen we net waren gaan zitten, liep het zweet in straaltjes van mijn gezicht af, zo warm had ik het. De zon kwam er even door en de temperatuur steeg onmiddellijk. Echter, toen de zon weer weg was, en het zweten gestopt, kreeg ik het toch wat koud. Gelukkig kon ik mijn vest weer aantrekken.

Terwijl we zaten te eten, kwam familie Geit de berg afrennen en stopte vlakbij het restaurant. Ze bleven daar verwachtingsvol naar ons staan kijken. Erg schattig. Het bleek dat ze af en toe gevoerd werden door het restaurantpersoneel. Ze stonden inderdaad te kijken alsof ze dachten: waar blijft het eten nou? Zien ze er niet schattig uit?


Edwin kijkt naar de geiten, de geiten kijken naar Edwin.





Toen we het eten op hadden gingen we weer verder. De vraag was alleen: waarheen? Je kon vanuit daar de Oberbergli route nemen, maar we konden zien hoe die ongeveer moest lopen, want we zagen daar mensen lopen. Toen ik dat zag had ik er geen zin in. Ik ben nu eenmaal geen berggeit. We besloten dezelfde weg terug te lopen als we gekomen waren. Dat was nu dus flink steil afdalen. Dat is beslist niet gemakkelijker dan steigen. Het gaat wel sneller, want voor je gewicht heb je de zwaartekracht mee. Het moeilijke is dat je jezelf steeds moet afremmen, wat je bovenbeenspieren en je knieën moeten opvangen. Op den duur beginnen die te protesteren, en een knie die protesteert is niet fijn.

We waren weer aan de andere kant van het meer gekomen, en we gingen even op een bankje zitten. Het begon te druppelen, iets harder, nog wat harder, tot het gestaag regende. We trokken de de regenjassen maar weer aan, en liepen terug naar de Bergstation. Het heeft niet meer gestopt met regenen. Maar nu nog kwamen er nog mensen naar boven wandelen, naar het meer toe. Terwijl het nu echt niet mooi meer was. Somber, met wolken die tot onder de bergtoppen zakten, en nat natuurlijk. Tja, moeten ze zelf weten, maar wij waren blij toen we weer bij het Bergstation waren. We stapten in een cabine, alleen dit keer, en gingen weer het dal in.

We bezochten een supermarktje, en kochten een fles water en wijn en een Toblerone, de beroemde chokolade-repen. We gingen terug naar de hotelkamer en brachten de rest van de middag toblerone-etend, boeklezend en computerend door. Ik stelde voor in het restaurant in het hotel te eten, en dat voorstel werd aangenomen. Ongeveer kwart voor zeven gingen we naar beneden, er zat nog niemand. Edwin bestelde Kalbsgeschnetzeltes en ik Varkenskotelet met Rösti. We kregen een amuse. Het bleek de tomatensoep van gisteren te zijn, maar dan in een mini soepkommetje. Geinig. Het eten was erg lekker. We hadden geen trek meer in een toetje en namen nog een koffie na. Daarna gingen we weer naar boven om de avond op de gebruikelijke manier door te brengen: lezend, tv-kijkend en computerend.

1 opmerking:

  1. Hemel! Wilde ik mijn commentaar plaatsen bij gisteren, moest ik kiezen hoe en een profiel selecteren! Dat heb ik nog nooit gezien! En toen werd het ook nog niet eens direct geplaatst, eerst wachten op goedkeuring. Wat ingewikkeld... Ik snap ondertussen wel wat je tegen de fohn hebt. Hoewel ze er volgens mij niet altijd lang over doen om warm te worden. Ik vond de geiten erg leuk. Op picasa zie je als eerste de geit die over het rotsblok heen kijkt, die vind ik er grappig. Maar je commentaar bij Edwin met de geiten vond ik ook leuk!

    Jacqueline

    BeantwoordenVerwijderen