zaterdag 21 augustus 2010

Dag 5 - 21 augustus 2010 - Kandersteg

Het is vandaag zaterdag. Ons oorspronkelijke plan was om morgen weg te gaan. Het is echter heel mooi weer, en daar willen we nog even van genieten. We moeten een keuze maken: vragen we of we de kamer nog een nachtje langer mogen hebben, of gaan we morgen weg?

Ondertussen gingen we bedenken wat we gaan doen, vandaag. Edwin had een mooi wandelingetje uitgezocht. Zo te zien niet te inspannend, hoogteverschil rond de 300-400 meter, maar niet zo steil. Lijkt wel leuk. We gaan op weg. Terwijl we het hotel uitlopen vraagt Edwin of we de kamer nog een dag extra kunnen boeken. Dat kon. Mooi. Dat betekent dat we maandag vertrekken, waarnaartoe weten we nog niet.

Vandaag gaan we naar de Daubensee. Eerst naar Sünnbuel. Dat is een kabelbaan met cabine, die je het eerste stuk omhoog brengt. Het ligt helemaal aan het eind van Kandersteg. we snappen nu ook waar al die scouts vandaan komen: er is hier een internationaal scouts center.
Eenmaal met de kabelbaan naar boven gegaan, kun je vandaaruit naar de Daubensee wandelen. We kopen een kaartje, een retourtje. Dit keer geen flauwe grapjes van Edwin, dat we best naar boven kunnen lopen. Eerst denken we nog dat het niet druk is, maar dan komen ineens de mensen tevoorschijn die allemaal mee willen, waaronder een viertal fietsers die er met mountainbike in willen. Het past wel, maar het is wat inschikken. Eenmaal boven zien we dat mensen zich insmeren met zonnebrand. Oeps, vergeten zonnebrandmiddel mee te nemen. Nu kunnen we er ook niets meer aan doen: we gaan niet terug. De kans op verbranden is wel groot, want de zon schijnt volop. We zullen wel zien.

We gaan op weg. De weg voert door het dal en daalt licht. Dan volgt een vrijwel horizontaal stuk. Er is een berg die op een pyramide lijkt. We komen een boerderijtje tegen met koetjes. Dan begint de weg te stijgen, en soms tamelijk stijl.


Foto van het dal.


Pyramide-vormige berg.


Koetje. Let op de rots links. De bomen die erop groeien hebben blijkbaar niet veel aarde nodig.


Nog een foto van het dal. Wel mooi, hè?

Het is bij de lezer inmiddels bekend dat ik geen berggeit ben. Omhoog lopen gaat dus wat langzamer. Het gaat als volgt: je loopt een stukje tot je buiten adem bent. Dat is gemiddeld 50-100 meter, afhankelijk van hoe steil het is. Dan stop je, draait je om, zogenaamd om van het uitzicht achter je te genieten, maar eigenlijk om weer op adem te komen. Dan herhaal je dit tot je boven bent.

Om ongeveer 12:30 stopten we bij restaurant Schwarzbach. Het was erg druk, om niet te zeggen vol. Binnen was nog wel plek. We wilden wel wat eten, dus gingen we binnen zitten. Edwin bestelde Tagessuppe en ik een Käsesandwich. Het duurde nogal lang, maar ja, het was ook erg druk. We werden echter stapelgek van het personeel. Ze liepen te hollen en te vliegen, liepen elkaar in de weg, en bezorgden je een opgejaagd gevoel. Ik ging nog even naar het toilet, en daar gingen we weer.


Restaurant Schwarzbach.

Ook nu was de weg afwisselend recht of stijgend. En toen ineens waren we bij de Daubensee. Het is niet echt een bijzonder mooi meer. De weg ernaartoe was leuker. In een landschap dat bezaaid lag met grote rotsblokken, net boven de boomgrens, het zag er apart uit. Het meer was wel populair om te gaan liggen zonnen. Er werd niet in gezwommen, waarschijnlijk te koud. We liepen nog een stukje langs het meer op, maar ik had geen zin om er helemaal omheen te lopen. Dat kon overigens wel.


De Daubensee.

Dus vingen we de terugweg aan. In het begin ben je blij dat je kunt dalen, dat loopt een stuk gemakkelijker. Maar na een tijdje wordt je het wel zat om jezelf steeds tegen te moeten houden. Ik kreeg dit keer geen last van mijn knieën. Het werd ook weer warmer, naarmate we lager kwamen. Bij het meer was een verfrissend briesje, die was hier ook wel, maar minder.


Claudia aan de wandel.


Edwin geniet van het uitzicht. Zie de wolken die boven de bergtop verzamelen.

Eenmaal beneden bij het bergstation namen we een bier en een coupe ijs. Als je me op dat moment een matras had gegeven, had ik zo kunnen slapen. Ze gaven me echter geen matras. Dus at ik mijn ijs maar op, en daar friste ik toch wel van op. Toen we het ophadden, was het ook bijna tijd dat de cabine weer kwam. Het was nu weer druk. Ze schenen zelfs extra cabinevaarten te organiseren, vanwege de drukte. Het zal wel komen door het mooie weer gecombineerd met het feit dat het een weekenddag is.

We reden weer terug naar het hotel en gingen op het balkon zitten. We bleken inderdaad verbrand te zijn. Ik heb een mooi rood kraagje op de plek waar het t-shirt ophield en blote huid begon. Edwin wilde wat internetten, om te kijken naar de volgende vakantiebestemming, maar had een hele slechte verbinding buiten. Hij ging naar binnen, en toen overviel hem de vermoeidheid. Hij ging op bed liggen en viel in slaap. Ik zat op het balkon een boekje te lezen, en had het pas door toen ik even naar binnen ging. Zullen we er zo eens over na gaan denken om te gaan eten? Ja, erover denken kon wel. Hoewel, veel denken deed hij niet, want hij viel weer in slaap. Ik fatsoeneerde ondertussen mijn haar. Als ik een pet op heb en zweet, dan raakt mijn kapsel zodanig uit model, dat ik mij er niet meer mee durf te vertonen. Ik föhnde er weer wat model in, kleedde me om, en maakte Edwin weer wakker. Zo, denktijd is over. Nu actie. Opstaan!

We gingen weer in het hotel eten. We zijn te loom om uitgebreid naar een hotel te zoeken. We weten ondertussen wel waar Ruedihus ligt. Helemaal aan de andere kant van het dorp, te ver om te lopen, althans nu. We gaan dus weer beneden eten. Edwin neemt het menu met Rindsbraten en ik de Kalbsgeschnetzeltes met pasta. Koffie na. Het heeft goed gesmaakt. Na het eten gaan we weer terug naar de hotelkamer.

Edwin heeft een hotel gevonden in Riva del Garda, oftewel, we gaan weer naar het Gardameer. Hij heeft het geboekt voor maandag t/m vrijdag. Het is hotel Gabry.

1 opmerking:

  1. Mooie foto's. Wel verrassend dat je geen berggeit bent, Clau. Laat ik dat nu altijd gedacht hebben...
    Jacqueline

    BeantwoordenVerwijderen