De plannen voor vandaag werkten anders uit dan we gedacht hadden. Hoewel het er 's morgens wat nattig uitzag (het had geregend vanmorgen heel vroeg), beloofde het toch een mooie dag te worden. We besloten het erop te wagen en een wandeling uit te zoeken. We hadden ons oog laten vallen op de Kanderfirn, een gletscher. Op de kaart leek een weg te lopen die vrij ver het Gasteretal inging, alwaar je je auto kon parkeren en naar de gletscher toelopen. Dat leek ons wel leuk.
We gingen op weg. Ineens zagen we een bord met verboden toegang. Edwin was de weg eigenlijk al ingereden, dus in zijn achteruit weer terug. Een heel verhaal op een bord waar we in eerste instantie niets van snapten. Na een tijdje begon het ons te dagen. Om te beginnen moest je 10 frank tol betalen. Dan moest je wachten tot het kwart voor (maakt niet uit welk uur) was. Dan mocht je de weg inrijden, die onder meer smalle en diepe stukken bevatte. Je kon een bus tegenkomen, maar de weg was niet breed genoeg om elkaar te passeren. Tot slot mocht je maar 30 km/uur rijden. Wat een gedoe! Ze maken het je wel erg moeilijk een toerist te zijn. We hadden er al geen zin meer in.
Maar wat dan? Gisteren hadden we een bord gezien van het Naturpark Blausee. Zullen we dat dan maar doen? Okee, we gaan naar de Blausee. Dat is een meer dat pas in 1878 is ontdekt door een toenmalige toerist die in het Kandertal op onderzoek uit was. Alles was toen nog niet zo gecultiveerd als nu. Zoals je nu door het park heenwandelt, kun je je niet voorstellen dat dit eens onontgonnen gebied was, en eigenlijk niet zo heel lang geleden.
Blik op de Blausee
Het meer heeft een prachtige blauwe kleur. Het wordt niet gevoed door de rivier de Kander, maar alleen uit onderaardse bronnen. Het waterniveau is vrij constant en de temperatuur schommelt ook niet veel. En, er zitten forellen in.
De Blausee zit vol met vissen.
Eén van de Blausee Forellen.
Claudia kijkt naar de forellen.
Er is ook een forellenkwekerij, die de hele omgeving van de (in het Kandertal wereldberoemd) van de Blausee-forelle voorziet. Het is geen groot meer. Je bent er zo omheen gelopen. Er zijn echter wel wandelpaden in de omgeving. Die paden lopen door een erg mooi bos. Het ligt bezaaid met rotsblokken, die overgroeid zijn met mos en varens. Het is er zo vochtig, dat mijn bril zelfs besloeg toen ik even stilstond om een foto van Edwin te maken.
Het landschap hier: rotsblokken, begroeid met mos en varens.
Hier ben ik...
Toen het ongeveer 13 uur was, gingen we eten bij het restaurant aan de oever. Het is een chique en ook wel duur restaurant. We namen alleen een voorgerecht. Edwin had gerookte Blauseeforelle, en ik gerookte Lachsforelle (zalmforel). Het smaakte erg goed: kwaliteitseten. Echter, de prijs was er ook wel naar. Wat je elders voor een hoofdgerecht betaalt, dat kosten hier de voorgerechten. (Om een indicatie te geven: de gemiddelde prijs van een voorgerecht lag op CHF 24,-, wat dus € 18,- is. De hoofdgerechten kwamen geregeld boven de CHF 40,- uit, wat dus € 30,- is.) We loerden wat naar mensen die voorbij kwamen wandelen. We namen nog een koffie na. Daarna gingen we de forellenkwekerij bekijken. Het bestond uit twee delen. Een geromantiseerd deel, waarin gezellige vijvertjes waren aangelegd met forellen erin. Ernaast lag de echte kwekerij en dat was een heel ander verhaal. Grote bassins tjokvol met forellen in gecontroleerde omstandigheden. Wel leuk om een keer gezien te hebben.
Toen we dit bekeken hadden, hadden we eigenlijk het hele park wel gezien. We liepen nog even door het winkeltje heen. Ja, natuurlijk hebben ze ook een souvenirswinkeltje, je moet toch ergens een slaatje uit kunnen slaan. De prijzen die ze hier voor de prullen wisten te vragen, waren exorbitant. Of de spullen die ze verkochten: bijv. een blikje met Blauseewater. Nou já, zeg! Het is Lourdes niet. En daar vroegen ze dan CHF 12,- (€9,-) voor. Er was één ding dat ik wel leuk vond, maar € 100,- vond ik wat te gortig: een wijnkoeler van natuursteen. Toch maar niet gekocht.
We stapten in de auto, en ik stelde voor naar Adelboden te rijden. In dat plaatsje hadden we ook kunnen zitten, want voor we op vakantie gingen was dat ook een kandidaat. Het is niet ver weg: ons dal uit tot aan Frutigen en dan het naastgelegen dal in naar Adelboden. Dit bleek een totaal ander dal te zijn, qua uitstraling. Het was veel smaller, de wanden veel steiler. Soms leek het alsof je door een kloof reed. Heel diep beneden je was een rivier, maar die kon je door de steile wanden amper zien. En het gekke was, naarmate je verder kwam, werd het dal juist weer breder. Meestal in het andersom. Adelboden zelf was niet veel aan. Ik ben achteraf blij dat we in Kandersteg zijn terechtgekomen en niet in Adelboden. Er was ook een waterval, een grotere dan in Kandersteg. Edwin wilde erheen rijden, maar het weggetje werd al smaller en smaller. Ten slotte gingen we maar terug.
We kwamen langs een bordje met Cholerenschlucht, Pochtesessel erop. Die hadden we op de heenweg gezien. Edwin stopte en parkeerde de auto. We gingen de kloof in. Eerst een stukje steil dalen, en toen kwamen we op een bruggetje terecht. Een schitterend schouwspel ontvouwde zich. Het riviertje stortte naar beneden, een smalle kloof in. Al draaikolkend zocht het zich een weg naar beneden. Aan de andere kant voegde ook een watervalletje zich bij het woeste water. We liepen nog een eindje verder, maar gingen niet meer een echte wandeling maken. Edwin had de rugzak in de auto laten liggen, en die hebben we dan wel nodig. Bovendien was het al ongeveer 16 uur, dus ook wat te laat. Dus gingen we weer verder rijden naar het hotel.

De Pochtesessel.
In Frutigen zagen we mensen op een terrasje zitten. Het was hier inderdaad lekker weer. Maar als je het dal inkeek naar Kandersteg, dan zag je donkere wolken laag op de bergtoppen hangen. Daar regent het vast. Ik vind dat nog steeds frappant. Hoe het op de ene plaats mooi weer kan zijn en een paar kilometer verder slecht weer. En hoe dat op een plaats de hele dag kan blijven: in het ene dal mooi en het dal ernaast vies weer. Heel apart. In ieder geval zagen we de dikke druppels op de autoruiten vallen toen we terugreden. In Kandersteg zelf was het nog droog, maar de regen kwam eraan. We gingen nog snel even wat boodschapjes halen en gingen naar de hotelkamer. Even later begon het inderdaad te regenen.
We gingen in ons hotel eten. We hadden geen zin om in de regen naar een restaurant te zoeken. Ik nam een Blauseeforelle (inderdaad, geen toeval) en Edwin een runderbiefstuk. De forel smaakte mij erg goed. Ik vroeg de serveerster of ze de forel voor me kon fileren. Ze wilde het niet zelf doen, maar zou het de kok vragen. Het was een heerlijke vis. Edwin was ook erg te spreken over zijn stukje vlees. Hoewel de prijzen hier ongeveer gelijk zijn aan het restaurant van gisteren, is de kwaliteit hier 10x beter. Ik ging me verder nog te buiten aan een Schwarzwälder Kirschtorte en Edwin een coup citroenijs met wodka. Daarna nog een kopje koffie, en toen gingen we weer naar de hotelkamer.
Hoi Clau en Ed,
BeantwoordenVerwijderendat meer zag er leuk uit. Mooie omgeving, en grappige foto van jou met rotsblok. Wat een raar verhaal van dat verboden toegang stuk! Je moet wachten tot een kwartier voor een heel uur? Huh? Misschien staat er aan de andere kant een kwartier over een heel uur, zodat je elkaar niet tegenkomt? Dat hadden ze er dan toch bij kunnen zetten? Heel eigenaardig.
Enne... is draaikolken wel een werkwoord? Hihi!
Jacqueline